Hoe werkt gezichtsbedrog?

De mens is erg visueel ingesteld en het zien van dingen bepaald een belangrijk deel van onze waarneming. Echter, dingen lijken niet altijd wat ze werkelijk zijn! Onze onderliggende waarnemingsmechanismen laten in sommige gevallen 'een steekje vallen' wat resulteert in de stellige overtuiging dat iets afwijkt van de werkelijkheid! Op deze vind je de meest bekende voorbeelden van optische illusies en gezichtsbedrog en wordt op een toegankelijke en begrijpelijke wijze een verklaring gegeven voor de onderliggende oorzaak ervan. Allereerst de basis.

Licht en kleuren in vogelvlucht

Kleuren worden gevormd door verschillende golflengtes van het licht (uitgedrukt in nanometer; 1 nm = 10-9 m). Als mensen met een normaal kleuronderscheidend vermogen gevraagd wordt de enkelvoudige kleuren uit te zoeken, dan worden de volgende kleuren gekozen: blauw (ca.470 nm), groen (ca. 500 nm), geel (ca. 570 nm) en rood (ca. 650 nm). De spectrale gevoeligheid van onze ogen ligt tussen de 450 nm en 650 nm. Infra-rood (> 650 nm) en ultra-violet (< 450 nm) kunnen we niet zien.

Werking van het oog

In het oog wordt een afbeelding van wat we op dat moment zien op het netvlies (retina) geprojecteerd. Het netvlies bestaat uit een groot aantal zenuw- en zintuigcellen. In de zintuigcellen wordt de geprojecteerde afbeelding (lichtprikkels) omgezet in zenuwpulsen. De zintuigcellen bestaan uit staafjes en uit kegeltjes. De staafjes worden alleen gebruikt in situaties met weinig licht. Bij voldoende licht kijken we alleen met de kegeltjes. De kegeltjes zitten met name geconcentreerd in de gele vlek, recht tegenover de ooglens.

Met de kegeltjes kunnen we erg goed details onderscheiden. Bijvoorbeeld: het is normaal dat je een voorwerp van 0,3 mm vanaf 1 meter afstand kunt onderscheiden. Uiteraard is dit onderscheidend vermogen van onze ogen afhankelijk van het contrast tussen de achtergrond en het voorwerp. Bij beter contrast is het onderscheiden nauwkeuriger. In de praktijk is het contrast nooit maximaal en springt het netvlies bij. Op het grensvlak tussen lichtere en donkere grijstinten wordt de informatie van de kegeltjes door de zenuwcellen in het netvlies versterkt (opwekking of excitatie) of verzwakt (uitdoving of inhibitie). Een donker voorwerp wordt dan donkerder tegen een lichtere achtergrond, en de achtergrond wordt lichter gemaakt. Dit zorgt voor een beter gezichtsvermogen maar is ook een belangrijke verklaring voor het optreden van gezichtsbedrog!

Voorbeelden van gezichtsbedrog en optische illusies

Raster van Hermann - Lees meer...
Ponzo illusie - Lees meer...